Home Familiegeschiedenis
 
Familieportret Leeuwarden 1852 Grafische voorstelling van nazaten van Anastasius Josephus Bruinsma (1803-1878) Gedenkdoek van bedrukte katoen in de kleuren wit en zwart met friese afbeeldingen Handtekening Anastasius onder geboorteakte van zijn zoon Jacobus
   

Korte biografie van Anastatius Josephus Bruinsma (1803-1878), Leeuwardens eerste industrieel

  Anastatius Josephus Bruinsma werd geboren op 23 september 1803 in Leeuwarden. Hij was de oudste (op dat moment levende) zoon van Jacobus Anastasius Bruinsma en Hillegonda Maria Roze.

Op 4 oktober 1830 trouwde hij in Leeuwarden met Johanna Maria Alloisa Metz (geb. 20 Dec. 1809, overl. 16 Dec. 1882). Samen kregen zij 12 gezonde en een dood geboren of jong gestorven jongetje.

De 12 kinderen van Anastasius.

Familieman
Zijn 12 kinderen, met name de 7 zonen genoten een solide scholing. Alle zonen bekleedden in leven belangrijke functies in de samenleving, Koos werd apotheker, Klaas notaris, Gerard en Ferdinand arts, Jozef brigade-generaal, Bram invloedrijk ambtenaar maar de bekendste van hen was natuurlijk Wiete (Vitus) Bruinsma. De een na jongste zoon was vrijdenker; socialist avant le lettre. Hij publiceerde veel en meer nog dan zijn vader kwam hij op voor de zwakkeren in de samenleving. Samen met Gerrit, de derde zoon, richte Wiete (Vitus) in 1880 de Vereniging tegen de Kwakzalverij op.

Houthandelaar van oudsher
Zoals zijn vader en grootvader voor hem was Anastatius voorbestemd om houthandelaar te worden in Leeuwarden. In dat kader verbleef hij in zijn jeugd enkele jaren in Amsterdam. Na het overlijden van zijn vader toen Anastasius 23 jaar oud was, nam hij dan ook de houthandel van zijn vader over.

Als gevolg van de vanaf 1792 ingetreden oorlogstoestand tussen Frankrijk en de rest van Europa verliepen de zaken in de houthandel niet erg veelbelovend. Nederland was bezet waardoor de lucratieve (hout)handel met Engeland, vooral ten dienste van de (zee)scheepsbouw stagneerde. Nederlandse kooplieden mochten geen handel meer drijven met Engeland (het Continentaal Stelsel). Anastasius besloot de medewerking van hogerhand aan de textielindustrie te gebruiken om van metier te veranderen. Hij richtte in 1834 een katoenweverij op in een voormalige, door paarden aangedreven oliemolen in de Ipe Brouwerssteeg. De fabriek bood in het begin werk aan ongeveer 60-70 meisjes en jongedames.

Katoenfabriek "De Leeuw"
In 1835 vroeg Anastasius toestemming om op een terrein net buiten de stad in de Schrans een katoenfabriek "De Leeuw"op te richten. Een gebouw van 115 x 10 m bestaande uit 2 verdiepingen. De fabriek zou worden ingericht tot het weven van geruitte katoenen, tot het drukken en bleken van ruwe katoenen, tot het verven van katoen en linnen in stukken en in garens, tot decarteren van lakens en wat verder nog in de gecompliceerde fabriek kon worden vervaardigd. De toestemming werd spoedig verkregen en daarmee was op 21 mei 1835 de eerste grote fabriek in Leeuwarden een feit.

Het was Anastasius gelukt om de benodigde gelden voor de bouw en exploitatie van de katoenfabriek met name in de familie bijeen te brengen. Tevens richtte hij een verzoek aan de Koning voor een voorschot. Bij Koninklijk Besluit van 28 januari 1836 kreeg Anastasius uit het Fonds der Nijverheid een voorschot van 20.000 guldens toegekend. Zijn voorliefde voor het verleden bracht hij toen al naar voren op de doeken die thans nog bekend zijn uit de fabriek. Het betrof met name historische taferelen vanaf 1400.

Hoogtijdagen
Op 9 juni 1837 bezocht Z.M. de Koning Willem I in alle vroegte hoogstpersoonlijk de fabriek . De Leeuwarder Courant beschreef het bezoek en maakte bekend dat de Koning tot in de details met grote belangstelling had kennis genomen van de industriele inrichting.

In deze periode was de fabriek succesvol en op het hoogtepunt werkten er 400 mannen en vrouwen, een voornaam aantal werknemers voor die tijd. Daarnaast zorgde de fabriek voor allerlei werk aan derden. Het initiatief van Anastasius ontving van alle kanten lof. Anastasius bekommerde zich om het lot van zijn werknemers, meer dan op dat moment en ook later wel gebruikelijk was.

De Nederlandsche Handelmaatschappij, in 1824 door Koning Willem I opgericht om de handel met Indie te bevorderen, was de belangrijkste afnemer van de producten van de katoenfabriek. Naarmate de tijd vorderde werd men kritischer op de kwaliteit van de producten en daar schortte het soms nog wel eens aan bij de katoenfabriek De Leeuw.

Teloorgang
Vanaf 1838 trad het verval in nadat de NHM de producten niet meer aankocht. De concurrentie nam toe, niet alleen in de regio. Medio 1839 waren de grote schulden van de onderneming aanleiding om tot een faillissement van de fabriek te komen.

Begin 1843 namen de moeder en broer van Anastasius het eigendom van de fabriek over. Daarmee was een einde gekomen aan de eerste grote industriele onderneming in Leeuwarden. Op 8 juni 1844 namen de Raad van Leeuwarderadeel en de Kerkeraad van de Hervormde gemeente Huizum het eigendom over met het doel de fabriek af te breken. Aldus geschiedde.

Momenteel
Tegenwoordig is het fabriekterrein met woningen bebouwd, de Klanderijstraat en de Klanderijbrug herinneren nog steeds aan de werkzaamheden in de fabriek.

Leeuwarden
Anastasius woonde rond 1840 in een groot huis aan de Nieuwestad, later woonde hij in een bescheidener woning, eerst Herenwaltje G 69 (=10), daarna Bagijnestraat F 333 (= 45).

Geschiedschrijver
Na 1844 verdiepte Anastasius in de geschiedenis van zijn leefomgeving en zijn voorouders. Hij publiceerde verhalen waaronder het verhaal over Eelco Liauckama, de in 1322 vermoorde abt van het klooster Lidlum. Na zijn overlijden schonk de familie het door Anastasius verzamelde historische materiaal alsmede zijn aantekeningen aan de gemeente. De verzameling is thans te vinden in het Histoisch Centrum Leeuwarden, het voormalige gemeenearchief.

Anastasius overleed op 2 mei 1878 in zijn geboortestad Leeuwarden, enkele jaren nadat zijn dochter Griete was overleden. Hij werd 74 jaar oud.



 
   
Copyright 2010 J.F.D. Bruinsma, bijgewerkt op 18 december 2012
 
Joost Bruinsma
J.F.D. Bruinsma
Jozef Bruinsma
Koos Bruinsma
Gerrit Bruinsma

Westkapelle 1914