Verhalen:
Bruynsma, 16e en 17e eeuw
Bruinsma, stadsfamilie
Genalogie:
Anastasius Bruinsma (1803-1878) Biografieen:
Anastasius Bruinsma (1803-1878)
Jozef Bruinsma (1846-1913)
Koos Bruinsma (1884-1962)
Chris Bruinsma (1886-1914)
Gerrit Bruinsma (1891-1921)


Familieportret Leeuwarden 1852
Familieportret Nijmegen +/- 1911

   

Familiegeschiedenis Bruinsma

  De oudste vermelding van een Bruinsma of Bruynsma dateert van om en nabij 1415, de geboorte van Hit Bockes Bruynsma. Hit zou de grootvader moeten zijn geweest van Bocke Hepkes Bruynsma, geboren 1520. Over deze Bocke is iets meer bekend; bijvoorbeeld dat hij de achterkleinzoon was van de Sneker ridder Rienck Bockema en dat Bocke zou stammen uit het adellijke geslacht van de Harinxma's en verwant zijn aan de Bockema's en de Liauckema's.

De genealogische link tussen Hit Bockes Bruynsma en Bocke Hepke Bruynsma is nog niet definitief bevestigd en kan dus slechts worden verondersteld.

 

De naam Bruinsma of Bruynsma
Waar de naam Bruynsma/Bruinsma precies vandaan komt is en blijft ongewis.

Algemeen aanvaard is wel dat de naam Bruynsma, later Bruinsma, te maken heeft met de Bruynsma sate in Friens. De term Sate, Zate, Stins of State betekende van oorsprong steenhuis, meestal een burcht of verstrekte boerderij. De sate genoot het stemrecht, dus niet de persoon. Was men eigenaar van een sate met stemrecht dan mocht men tot 1811 meestemmen. Het zou wellicht voor de hand liggen bij de naam Bruinsma de associatie te veronderstellen met de kleur bruin, bijvoorbeeld door een bruine huidskleur. Ik denk dat het anders ligt.


Verplichte achternaam
In 1811 diende elke Fries verplicht een achternaam te dragen. Tot die tijd was dat niet vanzelfsprekend. Velen gebruikten wel een achternaam, maar de belangrijkste naamgeving bestond tot 1811 in de verwijzing naar de vader; het patroniem. Friezen hadden een voornaam, een patroniem en meestal een achternaam. Bijvoorbeeld, als de vader Bocke Hepkes Bruynsma heette, dan werd de oudste zoon Hepke Bockes Bruynsma genoemd. Bockes is dan het patroniem, de verwijzing naar de voornaam van de vader.

Vanaf 1811 kan de familiegeschiedenis en de afstamming, gezien de verplichte achternaam, dan ook wel met redelijke zekerheid worden verteld. Voor die tijd blijft het gissen en veronderstellen. Dat blijkt ook wel uit de stukje familiegeschiedenis, Bruynsma, 16e en 17e eeuw en Bruinsma een stadsfamilie. . Een morsige verzameling velletjes door roestige nietjes aaneen gehouden, dat ik destijds van mijn vader kreeg. Het bundeltje schijnt vooroorlogs te zijn en het beschrijft mijn familiegeschiedenis vanaf 1737.
Het blijkt te gaan om een boekje over Katholieke Friese Geslachten van H.W.F. Aukes uit 1941.


Bruynsma sate
Reeds in 1468 wordt melding gemaakt van een Popke Bruinsma (wsl. Bruynsma) die samen met Popke Roorda in de grietenij Idaarderadeel van het klooster Aalsum op 2 augustus 1468 een akte van indemniteit ontving voor bewezen diensten. Op de atlas van 1868 is de Bruinsma sate ingetekend ten zuiden van de kerk van Friens. De gemeente Friens ligt in Idaarderadeel, enige kilometers ten westen van Grouw.


Tellingen
Volgens het Meertens instituut woonden er in 1947 ongeveer 2.890 geregistereerde Bruinsma's in Nederland waarvan de meeste uiteraard in Friesland. Er woonden 8 Bruynsma's in Noord-Holland, waarvan 5 in Amsterdam.

Bij een nieuwe telling in 2007 waren dat er in totaal 4.547 personen met de achternaam Bruinsma, de meeste daarvan in de gemeente Emmen! De naam Bruynsma kwam in 2007 niet meer voor.


Bronnen:

- familiearchief

- H.W.F. Aukes, Bruinsma, een stadsfamilie, Katholieke Friese Geslachten, Frisia Catholica III, Groningen 1941, 61-67.

- www.meertens.knaw.nl

- etc.

 
 
Copyright 2011-2015 J.F.D. Bruinsma, bijgewerkt op 12 juli 2015
 
Joost Bruinsma
J.F.D. Bruinsma
Biografien:
Anastasius Bruinsma
Jozef Bruinsma
Koos Bruinsma
Christoffer Bruinsma
Gerrit Bruinsma

Westkapelle 1914