Het gaat om een deel van het boekje over Katholieke Friese Geslachten van H.W.F. Aukes uit 1941. Hieronder is de letterlijke tekst van de pennenvrucht opgenomen:

BRUYNSMA.

Merkwaardige fragmenten uit 16e en 17e eeuw.
In het schema van dit werkje paste thans een typisch stedelijk geslacht van uitgesproken intellectuele stempel, de familie Bruinsma, in Friesland tegenwoordig vooral bekend als de notarissenfamilie. Ook in vroeger Lijd is deze naam, naar tijdsgebruik meest Bruynsma gespeld, van grote betekenis geweest voor Katholiek Friesland. In de behandeling der "notarissenfamilie" wordt een welkome aanleiding gevonden om tevens iets van die 16e- en 17e-e euwse fragmenten mede te delen. Deze mogen weliswaar slechts een hypothetisch geheel vormen, als bijdrage tot de historie der Katholieke diaspora en als voorbeeld van dergelijke materie, lijkt een beknopte behandeling ervan op deze plaats wel verantwoord.

Er is een naam, die daarbij allereerst op de voorgrond treedt, die van den eersten Friesen Jezuiet, Anseke Lockes Bruynsma (1531-1579). Zijn levensgeschiedenis ga ik niet vertellen. Reeds zevenmaal zeventigmaal is dat schoon verhaal geschreven. De vraag, die ons thans interesseert, is deze: wat weten wij van zijn afkomst en familie? De stenen, in dit geval de grafstenen van ouders en verwanten, zullen spreken!

Die van zijn ouders op het oude kerkhof van IJpecolsga heeft tot inschrift: "Anno 1572 den 3 Augusty sterf den Eersamen Bocke Hepkes Bruynsma, Anna 1533, den 18 Augusty sterf die Eerbare Uulck Ansckedr., die huisfroue van wyllen S. B. H. B. ende legben hier begraven."

Behalve een inscriptie, die aanstonds ter sprake komt, vinden wij nog de vermelding van het overlijden op 22 Mei 1588 van Ansck Heerkesdr., de huisvrouw van Hepke Bockes Bruynsma (ongetwijfeld een broer, waarschijnlijk de oudste broer van den Jezuiet).
Wie waren deze Bruynsma's ?

De biograaf van den jezuiet zegt er het volgende van:
Zijn vader Bokke Hepkes, stamde uit het adellijk geslacht der Harinxma's en was aan de Liaukema's en Bokkema's verwant. 1)

Uit een noot bij Dr. Schoengen's prachtige publicatie over de abdij Bloemkamp onder Hartwerd komt de vermoedelijke oorsprong van deze mededeling aan het licht. Dr. Schoengen beroept zich daar 2) op een handschrift, "behelzende de levensgeschiedenis" van onzen Jezuiet en hij citeert een passage, waarin diens vader genoemd wordt: "pronepos illustris viri Reiner Boccema equitis", een achterkleinzoon dus van den befaamden Sneeksen ridder Rienck Bockema. Verderop deelt Dr. Schoengen mede; deze Inlichting te danken te hebben aan Pater van Nieuwenhoff ! We kunnen slechts vermoeden, dat het hier gaat om hetzelfde handschrift, waarvan Pater van Nieuwenhoff spreekt op pag. 15 van zijn werkje, namelijk het handschrift van zekeren Justus Frisius S.J., "aan P. Alegambe te Rome toegezonden, mij door P. J. B. van Meurs vriendelijk ter inzage verstrekt."

Zeer merkwaardig is, dat deze Friese Jezuiet Justus Frisius, afkomstig uit Sneek, eveneens een Bruynsma moet zijn. 3) Dat hij hier als biograaf van Anscke Bockes optreedt, zou doen vermoeden, dat hij tot het IJpecolsgase geslacht behoorde.

Indien we nu aan boven geciteerde passage voldoende autoriteit mogen toekennen staat daarmede de afstamming uit Harinxma wel vast. We weten immers uit Worp van Thabor, dat Rienck Bockema, de stichter van het klooster Thabor bij Sneek, in het jaar 1402 zijn enige dochter His aan Age Harinxma uit Heeg tot vrouw gaf, waardoor Age "heerschap" van Sneek werd, nadat zijn schoonvader in 1410 in het door hem gestichte klooster was getreden.

Hoe Bocke, de vader van den Jezuiet, van de Harinxma's afstamde, doet er minder toe. Men zou een aanknopingspunt kunnen zoek en in zekeren Hepke, te Smallebrugge, niet ver van IJpecolsga, wiens stins in 1461 door de Donia's veroverd werd. 4) Het is n.l. een feit, dat de Donia's in die familiestrijd, zo protserig Donia-oorlog genoemd, het zwaard hadden aangegord tegen hun neven de Harinxma's, in de 15e eeuw heer en meester op alle strategische punten in dit waterland Heeg, Sloten, IJlst, Sneek en Woudsend. Is Hepke van Smallebrugge een hiaat in de Harinxma-stamboom ?

Zijn positie In de Donia-oorlog en zijn voornaam maken hem geschikt als schakel van Harinxma naar Bruynsma. Ook zijn woonplaats!

In het Register van Aanbreng van 1511 wordt n.l. eveneens onder Smallebrugge vermeld als grondeigenaar Feyke Hepkes. In naaste omgeving van elkaar dus eer: Feyke Hepkes en een Bocke Hepkes, de vader van onzen Jezuiet! Was de oude Hepke mogelijk een Harinxma, is Feyke Hepkes de enige persoon uit 't Register van Smallebrugge, die voor afstamming van Hepke in aanmerking schijnt te komen, ' vonden wij vader Bocke Hepkes Bruynsma reeds als lid van het geslacht Harinxma vermeld, het is bovendien een feit, dat Bocke en Feyke echte Harinxma-namen zijn !

Is de naamsovergang Harinxma-Bruynsma misschien tot stand gekomen langs een zeer gebruikelijke weg, door het , verwerven n.l. van een bezit, waaraan die naam verbonden was?

De Beneficiaalboeken van 1543 vermelden, dat de pastorie van Friens een recht van 15 stuivers trekt uit een zate, "genoempt Oldt-Brunsma", bewoond door........ Feyke Bruynsma. Het is interessant, de naam Feyke, te Smallebrugge in de combinatie Feyke Hepkes aangetroffen en tevens een Harinxma-naam, hier In verbinding met de naam Bruynsma te vinden !

Ik geef deze vage aanwijzingen voor niet meer dan zij zijn. Het staat den critischen lezer natuurlijk vrij, dit alles als eer, verzameling van louter merkwaardige coincidenties te zien !

Kennen wij Bocke Hepkes Bruynsma uit den schildhouder, op zijn grafsteen gebeiteld (een zwaan met drie klavers in de bek), met grote waarschijnlijkheid als een man, die het recht van zwanenhouderij bezat en eigenerfd landeigenaar was een derde bron van zijn welvaart, in dat waterland, vaak op grote schaal beoefend: de visserij, wordt vermeld in een brief d.d. 4 Oct. 1559 van Peter Dewinne, prior van het Carmelietenklooster te Woudsend, gericht aan den Groningsen ridder Johan van Ewsum.

De pater recommandeert daar als deskundig onderhandelaar in een transactie met pastoor Fedde van Ter Oele over visserij-rechten onzen Bocke Hepkes, woenachtich in Ipcalgae, gans vervaeren op vischenijen, want hij seelfs een ooit ricker visckerman is", en, wat nog het allerbeste uitkomt, schrijft de pater, Bocke "is gheboeren uijt dijen hoecke, waer wij desen fijschenie souden coepen ende alle saeken seer wal cundich..." 5)

De plaats is niet scherp omschreven. Het visgebied in kwestie omvatte een deel van de Welle, die van het Koevorder Meer naar de Ee loopt, en daarin uitkomt N.O. van Woudsend.

Ongeveer in die hoek (om met den prior te spreken) ligt het geboorte-oord van Bocke, en ook Smallebrugge zou onder zo'n vage aanduiding kunnen betrokken worden !

Weer is het een grafsteen, die getuigt van de voortgang van het leven! Het is de zerk, die eens het graf dekte van Hans Hanssen Bruynsma, overleden in 1615, en diens huisvrouw Hylck Tyepckedochter, overleden 1620. Het mannelijk wapen, dat van Hans dus, draagt evenals dat van Bocke Hepkes een leeuw tussen acht rozen. Hans wordt daar genoemd dorpsrechter in IJpecolsga en dijksgedeputeerde van Wijmbritseradeel.

Reizen wij van die grafsteen in IJpecolsga nu terstond naar het Rijks Archief te Leeuwarden en slaan wij daar het vijfde deel der Wijmbritseradeelse Weesboeken op, dan behoeven wij niet lang te bladeren, of in een akte van 25 Mei 1616 rijst de schim voor ons op van Hans Hansen Junior, daar genoemd: "Hans Hansz de jonge........". Hij vervult hier de kwaliteit van curator "........ in plaetze van syn wylen vader, tot de naegelatene weeskinderen van wylen Eelcke Tyepckezoon....." en daar verschijnt als "nyus geauthorizeerde Curator" ook Paals (Fries voor Paulus) Hanszoon , en last not least.... Anscke Bockezoon !

Niet de Jezuiet, neen! Maar: "de kinderen bestevader (= grootvader) van 's moeders syde". En hij treedt hier op, om ons te herinneren aan het zonderlinge verhaal uit een 17e-eeuws handschrift, ons naverteld door Pater van Nieuwenhoff S.J. Het jarenlang verbroken contact met den in Italie studerenden Anske, had de ouders van den Jezuiet ten slotte doen geloven, dat hij overleden moest zijn. Zodat "de treurende ouders een later geboren broertje in zijn plaats Anske hadden genoemd" (Bruynsma, Cools en Roelandsz., pag. 7). Dat was rond het jaar 1555 en zou naar de tijdrekening wel kloppen met onzen "bestevaer", dien we ook in andere stukken vermeld vinden en wel als te IJpecolsga woonachtig. Dat we met een ontwikkelde familie te doen hebben, bewijst de omstandigheid, dat de drie bovengenoemden allen schrijven.

Anscke Bockes schrijft, zoals het een grootvader past, met bevende hand zijn naam. Hans Hansen junior voorziet de zijne van vele staarten en krullen, terwijl Paals of Pals een werkelijk schone handtekening plaatst, die hen, doet kennen als een man van smaak en beschaving. Een inventaris uit 1616 spreekt van Anscke Bockes a.i. van "Hans Hansz wesen in Ipcolsga" ongetwijfeld (o .m. ?) Hans jr. en Pals.

Dat Hans Hansz zijn vader in diens kwaliteit van dorpsrechter opvolgde, blijkt uit een boedelscheiding van 1622, 6) waarin hij als zodanig vermeld wordt, terwijl in 1637 genoemde Pals Hansen die functie uitoefent. 7) Nu vinden wij den laatste ten jare 1630 als lid Ingeschreven in het register van de Friese O. L. V. Rozenkransbroederschap. 8) Ook zijn zoon, Roucke Palses, met Pals in dat jaar in genoemd register genoteerd, Is later dorpsrechter geweest in IJpecolsga, naar uit een sententie van 1648 blijkt. 9)

Men zat er geen vermetelheid inzien, wanneer ik constateer: hier was een praktizerend, een goed Katholiek geslacht, waarin het dorpsrechterschap nog lange tijd na de Invoering der Hervorming van generatie op generatie vervuld werd.

Zo hebben de vermelde gegevens een meer algemene betekenis en wordt enig licht geworpen op de verhoudingen, waarin Katholieken in die tijd in deze streken soms leefden. Omstandigheden, die tot dergelijke gunstige situaties de voorwaarden vormden, konden zijn: het prestige van een bepaalde familie, het bezit van een familiegoed, waaraan zekere tradities verbonden waren, het feit van de vrijwel algemene Katholiciteit der bevolking in kleine enclaves. Dat o.m. dit laatste voor ons gebied het geval was, wordt bevestigd door de bekende passage uit de Annotationes van Andreas Tiara. 10)

De Stemcohieren van 1640 stellen plaats nr. 10 te IJpecolsga op naam van Pals' erfgenamen c.s., nr. 16 op die van zijn weduwe: nr. 7 blijkt in het bezit van Hans Hansen c.s.

Deze Hans Hansen Bruynsma vraagt onze volle belangstelling ! In 1622 was hij dorpsrechter te IJpecolsga, waar Pals Hansen hem als zodanig opvolgde, hoewel Hans den laatste blijkens de Stemcohieren overleefde! Was hij uit deze streek vertrokken?

In het tweede kwart dezer eeuw kan ik hem niet meer domicilieren in IJpecolsga. Maar daar verschijnt in de goede stad Bolsward een man, die zijn dubbelganger, sterker: die hij zelf kon zijn! Hans Hansen Bruynsma! Met de merkwaardige, weinig-Friese combinatie der voornamen, die we in twee opeenvolgende generaties der IJpecolsgase familie aantroffen. Deze man is een vooraanstaand Katholiek! Deze man is geboren, evenals de zo juist genoemde Pals Hansen, rond het jaar 1586 ! Zodat we dus in de wel zeer beperkte kring van Friese Katholieken twee lieden zouden vinden van dezelfde leeftijd, gelijke familienamen, gelijke voornaam, gelijke vaders-voornaam !

Ja! Ik wilde graag aannemen, dat die zonderlinge overeenkomst een volslagen identiteit betekent. Maar hier treedt eer: opponent in het veld: Jonker de Haan Hettema, een der auteurs van het Stamboek Fr. Adel, die Hans Hansen Bruynsma, gehuwd met Hansk Hille-dochter Bualda, inlijft bij zijn eigen familie, en vertelt dat Hans eigenlijk een Hettema was.

Hier volgt de door dien tegenstander betrokken positie, zoals gegeven in het Stamboek van de Friese Adel, sub: Hettema. De spelling Bruynsma (met y) begint in deze tijd reeds te wisselen met Bruinsma (met i).

Vierde generatie. Hans Ynthes Hettema, gehuwd met N. Montzes.

Vijfde generatie. 1. Ynthe. 2. Hans Hansen Hettema (of Bruinsma); overleden 15 Januari 1667, oud 81 jaar. 3. Montze. Bij Hans Hansen komt deze aantekening voor: hij heeft. te Burgwerd gewoond en is te Bolsward begraven, enz. Was gehuwd, eerst met Lutscke Jansdr. Lycklama, later met Hansck Hillesdr. Bualda van Tjerkwerd, overleden 13 April 1631.

Zesde generatie. Kinderen van Hans Hansen: 1. Theodorus Hettema (of Bruinsma), overleden 1667, S. S. Theologae Baccal., pastoor te Leeuwarden. 2. Hylck Hettema (of Br.), overleden 1664. 3. Hans Hettema (of Br.), overleden 26 Aug. 1669. Volgens de Aantekeningen werd deze Hans op de grafzerk te Bolsward genoemd: "med. et phil. studiosus", dus: student in de medicijnen en de wijsbegeerte. 4. Tryntie.

Van Montze uit de vijfde generatie stamt de vervaardiger van de Hettema-stamboom, Jonker de Haan Hettema, in rechte lijn af. Het is dus duidelijk, dat de gehele groep Bruynsma, hier in deze stamboom ingelast, er uitgenomen kan worden zonder dat daardoor de genealogie-Hettema onderbroken wordt. De hierboven gegeven zesde generatie immers, heeft volgens het Stamboek geen verdere nazaten. Hoe meer men de volgende moeilijkheden beziet, hoe sterker de neiging wordt zich af te vragen, of deze Bruynsma's misschien niet en bloc door den soms weinig accuraat werkenden Jonker gerequireerd zijn op losse vermoedens, ten einde de magere stamboom van zijn geslacht in de 5e en 6e generatie wat. op te halen.

Vooreerst schrijft De Haan Hettema, dat Hans Hansen te Burgwerd woonde, wat onjuist is. Hans bezat daar een boerderij, maar de Stemcohieren van 1640 vermelden nadrukkelijk, wat hij te Bolsward leefde. Hetzelfde wordt ons bevestigd door een contract in 1633 door de participanten in de drooglegging van de "Cherne- en Atzebuurster meeren" afgesloten met de eigenaars van de grote boerenplaats "Maske-boershorne" (nabij Blauwhuis, draagt thans dezelfde naam en is eigendom van de Katholieke familie Galema). Onder die eigenaars wordt genoemd Hans Hansz. Bruynsma, "biersteeker binnen Bolswert, als vader ende voorstaander (voogd) van mijn kinderen bij Hansk Hilledr. Buwalda getogen".

En de parochiegeschiedenis van de Bolswardse Sint Franciscuskerk, door Pater R. Burgers O.F.M. (1924), spreekt op pag. 26 over een afschrift van het Mirakelboek van O. L. Vr. van Zevenwouden, dat op de pastorie berustte en waarin vernield stond: "Gecopieerd uit 'n manuscript van Hans Hansen Bruinsma, Burger en Biersteeker binnen Bolsward. Anno 1653. Copia Copiae".

We zien hieruit, dat onze Hans in 1633, in 1640 en in 1653 wordt genoemd als te Bolsward woonachtig. Daar is nog een hypotheekacte van 1637, waarin als crediteuren: Hans Hansz Bruynsma ende Lutscke Jansdr. Lycklama echtel. Burgers binnen Boolswert". 11) De Haan Hettema is met klaarblijkelijke feiten niet op de hoogte. Hij domicilieert Hans Hansen onjuist, maar blijkt ons evenzeer verkeerd te hebben ingelicht omtrent diens huwelijken. Uit de hypotheek-acte en het contract van 1633 blijkt onomstotelijk, dat de twee echtgenoten van volgorde moeten verwisselen. Vervolgens spreken alle stukken - ook de Civ. Sententies v.h. Hof v. Friesland, die de Jonker in de Aantekeningen. sub 11. 14 en 15 geeft - uitsluitend van Bruynsma, terwijl ze bovendien niet de minste bevestiging bieden van de door De Haan Hettema geponeerde relaties met zijn geslacht. De overtuiging dat er bij den laatste behoefte moet hebben bestaan, het middenstuk van zijn eigen genealogie wat op te lappen, wint in kracht, als men zijn vaderen in de rechte lijn in de stukken voortdurend aantreft als eerzame landbouwers onder Tjerkwerd, die nergens Hettema genoemd worden en zichzelf ook nergens aldus tekenen, 12) terwijl men in andere, soms in dezelfde stukken niet - adellijke families daar ter plaatse, waaronder vooral Buwalda en Homminga, telkens met hun geslachtsnaam geschreven vindt.

De ontreddering in deze genealogische boedel neemt nog toe, als daar een tierde Hans Hansen Bruynsma verschijnt, om tegen den Jonker In het veld te treden.

Het is bijna niet te geloven, dat De Haan Hettema hem nooit in zijn studien ontmoet heeft, den zilversmid, die in 1633 te Bolsward in de leer kwam bij meester Baerdt; en wiens dochter Janke in de bekende Leeuwardense familie van Katholieke zilversmeden, de Van der Lely's, trouwde. 13) Er is ten slotte een Paulus Bruynsma uit Bolsward, blijkens zijn huwelijk (rond het midden der 17e eeuw) met een Van Rispens zeer waarschijnlijk Katholiek, en wiens voornaam wij te IJpecolsga in de betrokken familie in ere hebben gezien. Mogelijk heeft ook hij recht op de plaats, die hem in de hiervolgende hypothetische geslachtslijst Bruynsma gegeven wordt.

Dat de in 1669 overleden student Hans een zoon van den in 1667 op 81-jarige leeftijd overleden "biersteeker" zou zijn, mogen wij - gezien de gebrekkige kennis, die De Haan Hettema van zijn onderwerp heeft - daarbij wel in twijfel trekken. Als eerste generatie wordt genomen Hans Hansen, de in 1615 overleden dorpsrechter van IJpecolsga.

Eerste generatie. Hans Hansen Bruynsma, overleden 1615 te IJpecolsga, getrouwd met Hylck Tyepcke-dochter, overleden 1620.

Tweede generatie. 1. Hans Hansen Bruynsma, overleden 1667, te Bolsward, oud 81 jaar, getrouwd eerst met Hansk HIlledr. Buwalda (overl. 1631), later met Lutske Jansdr. Lycklama; 2. Pals of Paulus Hansen, overl, circa 1639 te IJpecolsga, getrouwd eerst met Siouck Rouckes Rouckema, daarna met Tryn Martens.

Derde generatie. Kinderen van Hans Hansen uit de tweede generatie: l. Hans Hansen Bruynsma, gehuwd in 1646 zilversmid te Dokkum, overleden voor 1662. 2. Theodorus, priester, overleden 1667 3. Hylck, overleden 1664. 4. Tryntie. 5. Paulus, gehuwd circa 1650 met Goyck van Rispens, en woonachtig te Bolsward (de plaatsing als nr. 5 is willekeurig).

Kinderen van Pals of Paulus Hansen uit de 2e generatie: Roucke Palses; Sjouck en Frouke Paulusdr., beiden tegelijk met Pals en Roucke in het Broederschapsregister (zie boven) ingeschreven.

Vierde generatie. Kind van Hans Hansen Bruynsma, den zilversmid: Janke, gehuwd 1670 met Freerck Jarichs van der Lely.

Kinderen van Paulus Bruynsma en Goyck van Rispens: 1. Hanscke, 2. Ack, 3. Trijntje, 4. Trijntje, 5. Eelcke, gehuwd met Eelckje Tjalkes, 6. Hans, de student, overleden 1669 (plaatsing als nr. 6 willekeurig).

Vijfde generatie. Kind van Eelcke Bruynsma en Eelckje Tjalkes: Paulus Bruynsma.

Ziehier dus alle Hansen Bruynsma in hypothese bijeen. De student en Paulus van Bolsward verschijnen in meer aannemelijke entourage. De lezer merke op, hoe deze hypothese, behalve door de overgangen van de namen Hans en Paulus nog gesteund wordt door twee andere, die in het kader van het geheel wel frappant mogen heten; de naam van 's brouwers moeder, Hylck vinden wij terug in die van een zijner dochters; 's brouwers vrouw, Hansck zien wij vernoemd onder haar veronderstelde kleindochters, de kinderen van Paulus. 14)

Mogelijk houdt de toekomst een afdoende ontraadseling In petto van het geheim der Katholieke Bruynsma's van IJpecolsga en Bolsward.

Noten:
1) W. v. Nieuwenhoff S.J., Bruynsma Cools en Roelandsz, 1906, pag. 2.
2) Arch. Aartsb. Utrecht, dl. 20, p :.5, noot 2.
3) A. Poncelet S.J., Necrologe, ]K , p. 88, en C. Sommervogel S.J., Bibliotheque, dl. 3, kol, 1002. J. Frisius (1604-1667) was een bekwaam Lat. dichter. Het Album Novitio-rum noemt hem Vrintius Justus.
4) Winsemius, Chronique, 1622, fol. 269.
5) Van Ewsum-Archief, nr. 132, bundel 6, nr. 3? (R. A. Groningen).
6) Weesb. Wijmbr., nr. 6, acte van 24 Sept. 1622 (R. A.).
7) Sententiebk. Wijnbr., nr. 2, ad 1637 (R. A.).
8) Arch. P. Dominicanen Albertinum, Nijmegen.
9) Sententiebk. Wijmbr., nr. Z, ad 1648. R. A. Ik dank dit gegeven aar. Cc vriendelijkheid van Mr. A. S. Miedema te Heemstede. Een nadere bijdrage tot de biografie van Pals leveren inventariseringen van 1622 en 1639 (Weesb. Wijmbr, nr. G en T, R. A.). Hij is gehuwd geweest met Sjouck Rouckes Rouckema, daarna met Tryn Martens, en is geboren circa 1556, overl. circa 1639.
10) ed. Van Borssum Waalkes, 189;, p. 76.
11) Hypotheekb. Wijmbr., nr. 7, fol. 85 v., R. A.
12) Zie bijv. O.B.S. wons.dl., 1, nr. 3 (ad 1668 en 1679); Weesb. wons.dl., nr. 92, acte 10 (16.10) en nr. 86, acte 36 (1694); Civ. ; Sententes Hof v. Friesl. 20 Dec. 1676; alles R. A., enz. Evenzo de gedrukte Stemcohieren sub Tjerkwerd.
13) Zie Nanne Ottema's art. in De Vrije nies, dl. 28, p. 276.
14) Voor de bewijskracht van zulke naamsovergangen zie men de Inleiding.

N.B. Bronnen voor de historie van deze familie: de genealogische map Bruinsma op de Prov. Bibliotheek te Leeuwarden, de gewone bio- en bibliografische naslagwerken-, mondelínge mededelingen.

 
Familiewapen Leeuw met 8 rozen


 
Copyright 2011-2015 J.F.D. Bruinsma, bijgewerkt op 12 juli 2015