Familiegeschiedenis
Familieportret Nijmegen ongeveer 1911 Trouwerij van Christoffer en Julie 10 september 1912 Koos met Gerrit op de begrafenis van zijn broer Christoffer op 19 november 1914 De onderzeeboot K1 in de haven van Soerabaja Koos nadat hij van de Italiaanse gezant, graaf Senni, een onderscheiding heeft ontvangen Koos in tropentenue op een passagierschip richting of vanuit Nederlands Indie Koos bij het huwelijk van zijn neef Joop
   

Korte biografie van Koos Bruinsma (1884-1962), hij wilde zijn woord niet breken

  Jacobus Theodorus Anastasius Josephus, roepnaam Koos Bruinsma werd geboren in Samarang (Java) op 18 september 1884 als oudste zoon van Jozef Bruinsma . Uit het huwelijk van Jozef met Wilhelmina Lissone was reeds 1 dochter Philippine geboren, later kwamen nog 2 zoons Christoffer en Gerrit.

Koos volgde hoogstwaarschijnlijk de HBS in Nijmegen, waar het gezin na terugkomst in Nederland rond 1890 woonde. Daarna begon hij in de loop van 1901 in Willemsoord op 17 jarige leeftijd als adelborst aan de officiersopleiding bij de Marine. Zijn beide jongere broers volgden later zijn voorbeeld.

Militaire loopbaan
In augustus 1901 werd Koos geplaatst bij de cadettenschool van de marine voor de dienst in Nederlands Indie. Zijn eerste stap richting beroepsofficier, adelborst III, deed Koos op 1 september 1901. Daarna volgde adelborst II en op 16 september 1905 adelborstI. Op 16 september 1907 volgde bevordering tot Luitenant ter Zee der 2e klasse. Begin 1906 ging Koos naar Oost-Indie voor dienst op het Pantserschip de Tromp. Daar kwam hij op 14 april 1906 op de rol, no. 253. Op 23 maart 1907 werd hij overgeplaatst op de Hr. Ms. Hertog Hendrik, no. 310.

Daarna verbleef hij kort op de Hr. Ms. Edi, per 17 maart 1908 tot 23 mei 1908, op nr. 68. Daarna kwam hij op het opnemingsschip Hr. Ms. Van Gogh. 13 december 1909 ging Koos aan boord van de Hr. Ms. Tromp waarmee hij op 7 januari 1910 terugging naar Nederland. Daarna volgden diensten op de Friesland, de Van Galen, het artillerie-instructieschip Bellona, opnieuw Van Galen en de Atjeh.

Koos was betrokken bij het zinken van De Rhenus op 9 september 1912 bij Beuningen. Hij werd er zelfs van verdacht verantwoordelijk te zijn voor het vergaan van het gepantserde riviervaartuig. Bij nader onderzoek bleek hem niets te verwijten.

Op 5 mei 1914 verbleef hij 2 1/4 uur onder water aan boord van de O2, 1 juni zelfs 9 1/4 uur. In juli 1914 ging Koos over op het wachtschip Hr.Ms. Koningin Emma der Nederlanden, tot mei 1916. In het najaar van 1914 overleed zijn jongere broer in Westkapelle.

Op 19 mei 1916 vertrok hij met het Passagiersschip Kawi naar Oost Indie. In Indie komt hij op de rol van de Tromp, nr 762. Op 26 augustus komt hij aan wal in de kazerne van Soerabaja, in de december 1916 komt hij regelmatig in de ziekenboeg. Op 16 maart 1917 werd hij bevorderd tot Luitenant ter Zee der 1e klasse (Ltz I). Daarna volgde plaatsing bij de Torpedodienst.

Onderzeebootdienst
Op 1 november 1917 kreeg Koos het commando over de onderzeeboot K1, tevens werd hij commandant van de onderzeebootbasis in Soerabaja. Als onderzeebootcommandant werd hij op 29 augustus 1919 afgelost door J.W.A.A. Heijdt. Koos kwam daarna op de rol bij de Hr. Ms. De Ruyter waarmee hij naar Nederland terugkeert. Vlak daarna werd De Ruyter uit de dienst werd genomen.

Daarna volgen enkele jaren waarin hij deels op de rol van het ministerie van Marine stond, deels op die van de Onderzeedienst. In oktober 1922 komt Koos op de rol bij de afdeling Intendance van het Departement van de Marine. Op 2 juni 1926 vertrok hij naar Indie met de SS Insulinde van de Koninklijke Rotterdamsche Lloyd. In augustus 1926 kreeg hij het bevel over de Hr. Ms. Krakatau als chef van de mijnendienst. Op 1 december 1926 volgde de bevordering tot Kapitein Luitenant. Op 16 juni 1928 ging hij over naar het Marine Etablissement Oedjoeng en per 4 juli 1928 vertrokken naar de Marine kazerne in Amsterdam.

In december 1930 werd hij Hoofinspecteur of inspecteur voor de Scheepvaart in Ned Indie. Op 16 november 1931 werd hij bevorderd tot kapitein ter zee. Op 7 september 1932 ontving Koos de aanwijzing tot commandant van de Hr. Ms. Java, een voorname aanstelling. Hij vertrok naar Indie waar hij op 6 oktober 1932 aankwam bij zijn kruiser.

Muiterij op de Java?
In januari 1933 volgde het drama van de dienstweigering op de Java en met name de muiterij op de Zeven Provincien. Op 30 januari 1933 ontstonden er op de Java, onder commando van Koos, de Evertsen onder commando van Karel Doorman, de Piet Hein en de onderzeedienst in Soerabaja dienstweigeringen na het bericht uit Nederland dat de lonen van de Europese marinemensen met 4 % en dat van het inlandse personeel met 7% zouden worden gekort.

Bij de Java bestond de weigering uit het in eerste instantie niet en na waarschuwing wel verschijnen van de Europese korporaals en manschappen op het bevel om baksgewijs te verschijnen.

Koos stond voor een dilemma; de commandant zeemacht had bepaald dat geen geweld mocht worden toegepast en de Europese bemanning lag dwars. Om 06.36 uur bleek dat alle Europeanen elkaar hadden beloofd a la Anglaise te staken, zoals bij de muiterij bij Invergordon. Koos gaf de Europese bemanning zijn woord dat de werkweigeraars niet zouden worden gestraft.

De muiterij van de Zeven provincien was een vervolg op de dienstweigeringen geweest. Daar was geen sprake van tijdelijke werkweigering maar het kapen van een schip door haar bemanning. De officieren die niet aan wal waren werden gevangen genomen en de manschappen namen het bevel van het schip over. Men zette koers naar Soerabaja. De Java ging samen met o.a. de Piet Hein in de achtervolging op de Zeven provincien. De muiterij werd de kop ingedrukt en de muiters kregen een flinke straf. Ook de dienstweigeraars van de Java stond berechting te wachten. Koos drong er nog op aan dat zijn bemanning straf bespaard zou blijven, maar dat werd hen door de Zeekrijgsraad niet gegund.

Dit besluit was vervolgens voor Koos aanleiding om zijn ontslag in te dienen, daar hij zijn eenmaal aan de bemanning gegeven woord niet wilde breken. Werd het toch gebroken, buiten zijn verantwoordelijkheid, dan wilde hij niet langer bij de marine in dienst blijven. Hij vertrok met de Baloeran naar Nederland. Op 1 augustus 1933 verliet Koos de marine met eervol ontslag wegens langdurige dienst.

Mobilisatie 1939
Bij de algehele mobilisatie van augustus 1939 meldde Koos zich bij de Marinierskazerne in Rotterdam. Op 1 april 1940 volgde definitief ontslag uit de zeedienst. Vanaf 4 februari 1938 was Koos buitengewoon lid van de Raad voor de Scheepvaart. Van 18 december 1940 tot december 1945 werd hij gewoon Lid van de Raad voor de Scheepvaart.

Koos verwierf een academische titel in de Militaire Wetenschap en hij publiceerde in 1914 een boekwerkje over de getijdewerking.

Nawoord
Koos heeft het overlijden van zijn beide broers, Chris en Gerard maar moeizaam kunnen verwerken. Ook de preikelen rondom de dienstweigering op de Java lieten hun sporen na. Koos overleed in 1962 in Den Haag op 78 jarige leeftijd. Hij bleef ongetrouwd en kinderloos.

De marine was zijn leven. Beroepsmilitair met een lange staat van dienst. De zeedienst had hem veel gegeven, maar ook veel van hem weggenomen; zijn beide broers en zijn positie als kapitein van een indrukwekkende kruiser. Een man een man een woord een woord. Hij brak zijn belofte aan zijn ondergeschikten niet, ook niet toen de marine dat vroeg. Het kwam hem duur te staan.

Bronnen:

- familiearchief

- Geschiedenis van Zeeland, www.geschiedeniszeeland.nl

- DutchFleet, www.DutchFleet.net

- Dutch Submarines, www.dutchsubmarines.com

- Koninklijke Bibliotheek, historische Kranten, http://kranten.kb.nl/

- Verzamelplaats voor maritieme geschiedenis, www.maritiemdigitaal.nl

 
   
Copyright 2011 J.F.D. Bruinsma, bijgewerkt op 6 januari 2012
 
Joost Bruinsma
J.F.D. Bruinsma
Jozef Bruinsma
Christoffer Bruinsma
Gerrit Bruinsma
Westkapelle 1914